Waarom zit al de (politieke) aandacht op CO₂-uitstoot en niet op andere (sterkere) broeikasgassen (CH₄ of N₂O)?

De voornaamste reden is dat CO₂ het belangrijkste door menselijke activiteiten uitgestoten broeikasgas is en dat klimaatverandering zonder een reductie van CO₂-emissies niet te stoppen is. Echter is het niet zo dat er geen aandacht is voor andere broeikasgassen. In feite zijn in Nederland de emissies van methaan (CH₄) en lachgas (N₂O) sinds 1990 procentueel gezien veel meer gereduceerd dan de emissies van CO₂. De invloed van deze gassen wordt dan omgerekend naar een “CO₂-equivalent” om verschillende gassen beter te kunnen vergelijken. Uiteindelijk moet de uitstoot van alle broeikasgassen omlaag om de doelen van het Parijsakkoord te halen.

#CO2 #CO2 uitstoot #broeikasgassen

Het klopt dat er naast CO₂ nog een aantal andere belangrijke broeikasgassen bestaan, zoals methaan (CH4) en lachgas (N2O), en inderdaad zijn deze per kg uitgestoten gas respectievelijk ongeveer 30 en 400 keer sterkere broeikasgassen dan CO₂. Aan de andere kant is de concentratie van deze gassen 200 (CH4) en 1200 (N2O) keer lager dan die van CO₂, en daarom is CO₂ nog veruit het meest belangrijke door menselijke activiteiten uitgestoten broeikasgas in de atmosfeer. In figuur 1 zijn de emissies van de verschillende broeikasgassen in Nederland per jaar tussen 1990 en 2018 te zien: De klimaateffecten van de andere gassen zijn getoond als een “CO₂-equivalent” en op deze manier zijn alle gassen direct te vergelijken. Het is duidelijk dat het leeuwendeel van de emissies toe te schrijven is aan CO₂ en dat de andere gassen een relatief kleine bijdrage leveren.

229-1.png

Figuur 1: ontwikkeling van de jaarlijkse emissies van de langlevende broeikasgassen CO2, CH4, N2O en gefluoreerde gassen (F-gasses) tussen 1990 en 2018, omgerekend naar CO₂-equivalent. Voor CO₂ zijn emissies uit veranderingen in landgebruik (bijvoorbeeld ontbossing) niet meegenomen [1].

Als je echter kijkt naar de veranderingen in de tijd, wordt duidelijk dat de bijdrage van de andere gassen over de afgelopen 30 jaar juist sterker veranderd is dan de bijdrage van CO₂. In feite heeft Nederland in de afgelopen jaren veel grotere successen geboekt bij het verlagen van emissies van CH4 en N2O dan van CO₂. Figuur 2 toont aan dat dit vooral komt door de reducties van methaanuitstoot van stortplaatsen (80 % minder), en N2O-uitstoot door industriële productie (90% reductie bij productie van salpeterzuur) en door de landbouw (40% minder). Deze gassen zijn dus niet aan de politieke aandacht ontsnapt. In tegendeel, door effectieve maatregelen zijn voor CH4 en N2O grote emissiereducties gerealiseerd. Zelfs met deze maatregelen haalt Nederland de doelen van het verdrag van Kyoto om de emissies in 2020 te reduceren met 40% ten opzichte van 1990 niet (ook niet met hulp van de Coronacrisis), maar een groot gedeelte van wat er wel gelukt is kan toegeschreven worden aan reducties in de emissies van CH4 en N2O. De getallen zijn duidelijk: De emissies van CO₂ zijn ten opzichte van 1990 met minder dan 2% afgenomen, terwijl de emissies van de andere broeikasgassen zijn afgenomen met meer dan 52%.

Waarom krijgt dit in het publieke debat dan blijkbaar minder aandacht? Een reden hiervoor is dat klimaatverandering zonder CO₂-emissiereducties niet te stoppen is. Figuur 1 boven maakt duidelijk: De grote uitdaging is de reductie van de CO₂-uitstoot. Dit is ook nog veel moeilijker te realiseren dan de reductie van de uitstoot van andere broeikasgassen. Daarom denken sommigen dat het concentreren op “makkelijke doelen” zoals reductie van CH4- en N2O-emissies zelfs zou kunnen afleiden van de noodzaak om CO₂-uitstoot te verlagen. Maar in feite moeten de emissies van alle broeikasgassen duidelijk gereduceerd worden als we de doelen van het Parijsakkoord willen bereiken. In de huidige scenario’s zijn felle reducties van N2O en CH4 al ingecalculeerd, en het is maar de vraag of die echt bereikt kunnen worden. In het geval van methaan stijgt de concentratie in de atmosfeer sinds 2007 weer duidelijk na 10 jaar van redelijk stabiele concentraties, en het is nog niet eens 100% duidelijk waardoor deze stijging veroorzaakt wordt. Er is dus nog veel te onderzoeken, maar ook nog heel veel te doen.

229-2.png

229-3.png

Figuur 2: ontwikkeling in de jaarlijkse emissies van CH4 (boven) en N2O (onder) tussen 1990 en 2018 in verschillende sectoren [1].

Hoe kwam dit artikel tot stand?

Deze vraag werd gesteld door Theo (69) uit Burgum

Dit antwoord is geschreven door Thomas Roeckmann

Reviewer: Maarten Krol

Redacteur: Iris Keizer

Gepubliceerd op: 26 april 2021

[1] Het “National Inventory Report” van de VN voor Nederland, (geschreven door het RIVM) https://unfccc.int/documents/226476