Ik houd van kaas. Welke kaas heeft de minst nadelige gevolgen voor het milieu?

De grootste bijdrage aan de milieu-impact van kaas vindt plaats bij de productie van de melk die ervoor nodig is. Dat betekent dus dat kaas die de minste hoeveelheid melk nodig heeft om te maken ook de minste impact op het milieu zal hebben. Dit zijn de jongere en zachtere kazen. Oude en harde kazen hebben meer melk nodig per kilo kaas. Er zijn ook nog wel wat verschillen tussen kazen afhankelijk van welk dier de melk afkomstig is (koe, geit, schaap, waterbuffel), maar die zijn klein vergeleken bij de verschillen die worden veroorzaakt door de hoeveelheid melk die gebruikt wordt. Verder heeft de manier waarop de melk geproduceerd wordt ook een grote invloed. Bij biologische kaas worden bijvoorbeeld geen kunstmest, pesticiden of preventieve antibiotica gebruikt, en zijn er hogere eisen aan dierenwelzijn. Er zijn ook boeren die nog een stap verder gaan en volgens kringloopprincipes produceren. Hierbij wordt bijvoorbeeld geen geïmporteerd veevoer gebruikt en wordt de productie veel beter afgestemd op wat de bodem kan leveren zonder aangetast te worden. Deze boeren leveren meestal niet aan supermarkten, maar doen aan lokale verkoop. Door dat soort kaas te kopen stimuleer je ook een beter inkomen voor de boer.

#landbouw #kaas #voedsel

Ik wil kaas illustratie FINAL.jpg

Illustratie door Emma Pluijgers

Wat zijn de effecten van kaas op het milieu?

Het effect op klimaat is niet het enige effect dat het produceren van kaas heeft op milieu en leefomgeving. Een andere belangrijke impact is vermesting en de bijdrage aan veranderend landgebruik, m.n. ontbossing buiten Nederland voor het produceren van veevoer, wat bijdraagt aan het wereldwijde verlies van biodiversiteit en ook weer aan klimaatverandering. Landgebruiksverandering wordt vooral veroorzaakt door de vraag naar goedkoop eiwitrijk voer als aanvulling op het gras dat de koeien eten. Op dit moment is dat meestal soja, dat wordt verbouwd in Zuid- en Noord-Amerika. Vooral in Zuid-Amerika worden voor de sojaproductie grote hoeveelheden bos gekapt in de Amazone en de Cerrado, die behoren tot de meest biodiverse ecosystemen in de wereld [1], en die ook enorme hoeveelheden koolstof opslaan. Ook draagt de grootschalige en intensieve aanpak van de melkveehouderij in Nederland bij aan het verlies van biodiversiteit in ons eigen land. Enerzijds omdat de intensieve manier van werken leidt tot het verdwijnen van soorten van de landbouwgronden (o.a. [2,3]), anderzijds vanwege de gevolgen van bijvoorbeeld stikstofdepositie of ontwatering op aangrenzende natuurgebieden [4,5,6]. Veel van de melkveehouderij vindt in Nederland plaats op veengronden, waar de ontwatering om dat mogelijk te maken leidt tot de afbraak van het veen in de bodem, waardoor de bodem daalt [7]. Dat leidt niet alleen tot de uitstoot van heel veel CO₂, wat bijdraagt aan klimaatverandering, maar leidt ook tot biodiversiteitsverlies en schade aan huizen, wegen en leidingen in de grond [8]. Om het nog ingewikkelder te maken beïnvloeden deze zaken elkaar, waardoor bijvoorbeeld maatregelen om de stikstofuitstoot omlaag te brengen weer kunnen leiden tot hogere koolstofuitstoot.

Het advies is hier: probeer een boer te vinden die zijn of haar eigen kaas lokaal verkoopt, en vraag naar hoe de melk geproduceerd wordt.

Welke kaas is het beste?

Als je, net als ik, het moeilijk vind om kaas te laten staan, levert minder kaas eten ook al een bijdrage. Alle klimaatwinst die er in de afgelopen jaren is gemaakt in de melkveehouderij door efficiëntiemaatregelen is namelijk teniet gedaan door een steeds verder stijgende toename van de totale melkproductie [9]. Verder kan de keuze voor het type kaas ook nog uitmaken. De grootste bijdrage aan de milieu-impact van kaas vindt namelijk plaats bij de productie van de melk die ervoor nodig is. Daar vindt ruim 90% van alle koolstofemissie plaats, en bijna alle stikstofemissie [9]. Dat betekent dus dat kaas die de minste hoeveelheid melk nodig heeft om te maken ook de minste impact op het milieu zal hebben. Dit zijn de jongere en zachtere kazen [10]. Hoe ouder en rijper de kaas, hoe meer melk je nodig hebt per kilo kaas die je over houdt, vooral bij harde kazen. Er zijn ook nog wel wat (kleine) verschillen tussen kazen afhankelijk van welk dier de melk afkomstig is (koe, geit, schaap, waterbuffel), maar die zijn klein vergeleken bij de verschillen die worden veroorzaakt door de hoeveelheid melk die gebruikt wordt. Binnen de keus die er is aan Nederlandse kazen zijn er ook nog grote verschillen in de milieu-impact, die sterk afhangen van hoe de melkveehouder werkt op zijn/haar bedrijf. De best presterende boeren stoten ruim 40% minder CO₂ uit per kg melk dan de slechtst presterende [9]. Biologische boeren mogen in principe geen kunstmest, pesticiden, hormonen en antibiotica gebruiken, en moeten voldoen aan hogere eisen op het gebied van dierenwelzijn. Dat maakt biologisch een duurzamere keuze met een lagere milieu-impact, maar ook biologische kaas kan nog steeds op behoorlijk intensieve wijze worden geproduceerd, en met behulp van geïmporteerde soja en ontwatering van veengebieden. Er zijn echter ook boeren die volgens kringloopprincipes produceren. Dat betekent dat ze alleen lokaal verbouwd veevoer gebruiken voor de koeien, en dus geen geïmporteerd soja. Zij stemmen de productie af op wat de bodem kan leveren zonder aangetast te worden. Net als biologische boeren gebruiken zij geen kunstmest en pesticiden, maar daarnaast wordt er ook niet in overmaat bemest en wordt het aantal dieren afgestemd op de voerproductie die het eigen bedrijf op deze manier kan leveren. Vooralsnog is hier geen keurmerk voor zoals voor biologische producten. Vaak is het aanvragen van zo’n keurmerk ook veel te duur voor een individuele boer, ook al produceert hij/zij op een duurzame manier. Het advies is hier: probeer een boer te vinden die zijn of haar eigen kaas lokaal verkoopt, en vraag naar hoe de melk geproduceerd wordt. Door lokaal te kopen bied je ook meteen een oplossing voor een sociaal aspect van duurzaamheid, namelijk de slechte sociaal-economische positie van veel melkveehouders. Doordat de meeste boeren voor een open en zeer competitieve internationale markt produceren, krijgen ze meestal zeer lage prijzen voor hun product. In die markt is weinig plek voor duurzaam geproduceerde melk, omdat de productiekosten daarvan iets hoger liggen dan van reguliere melk. Als de maatschappelijke kosten voor de hogere milieu-impact van reguliere melk echter zouden worden meegeteld in de prijs, zou die prijs veel hoger uitvallen [11,8].

Waar vind ik die kaas?

Het vinden van een echt duurzaam geproduceerde kaas kan best een uitdaging zijn, omdat dergelijke kazen meestal op een beperkt aantal plekken te koop zijn vanwege de vaak beperkte productiecapaciteit vergeleken met ‘fabriekskaas’, wat niet in de huidige manier van werken van de supermarkten past die een constant aanbod willen garanderen. Een aantal voorbeelden van boerderijen die het heel goed doen en volgens kringloopprincipes werken: remeker.nl graasboerderij.nl ekoboerderijarink.nl keizersrande.nl

Meer informatie

De links hieronder verwijzen naar betrouwbare en gemakkelijk toegankelijke informatie over duurzaamheidsaspecten van kaas:
https://www.voedingscentrum.nl/nl/service/vraag-en-antwoord/eten-kopen-en-keurmerken/hoe-duurzaam-is-kaas.aspx
https://www.milieucentraal.nl/eten-en-drinken/milieubewust-eten/zuivel/
https://eostrace.be/traces/trace-van-kaas/categorie/milieu

Hoe kwam dit artikel tot stand?

Deze vraag is gesteld door: Anky, Wageningen
Dit antwoord is geschreven door Jerry van Dijk
Reviewer: Stephen Ivan aan den Toorn
Redacteur: Sanli Faez
Illustrator: Emma Pluijgers
Gepubliceerd op: 6 mei 2021

[1] Meyers, N., Mittermeier, R.A., Mittermeier, C.G., da Fonseca, G.A.B. & Kent, J. (2000). Biodiversity hotspots for conservation priorities. Nature 403: 853-858. https://doi.org/10.1038/35002501

[2] CBS, PBL, RIVM, WUR (2021). Fauna van het agrarisch gebied, 1990-2019 (indicator 1580, versie 05 , 29 januari 2021). Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; * PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen. www.clo.nl

[3] CBS, PBL, RIVM, WUR (2020). Boerenlandvogels, 1915-2018 (indicator 1479, versie 11 , 5 februari 2020 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen. www.clo.nl

[4] Lamers, L.P.M., Smolders, A.J.P. & Roelofs, J.G.M. (2002). The resotration of fens in the Netherlands. Hydrobiologia 478: 107-130. https://link.springer.com/content/pdf/10.1023/A:1021022529475.pdf

[5] Bobbink, R., Hicks, K., Gallowy, J., et al. (2010). Global Assessment of nitrogen deposition effects on terrestrial plant diversity: a synthesis. Ecological Applications 20(1): 30-59. https://esajournals.onlinelibrary.wiley.com/doi/pdf/10.1890/08-1140.1?casa_token=58KdqrvCcpAAAAAA%3A0EgrpGcrbvyAxsRuG_gHGjEdfr38esvBvEZ6F0R1gv3b4rpk5I5O_crQZ_aj9Nk6M4gY3KSnt70BQ6g

[6] Stevens, C.J., Duprè, C., Dorland, E., et al. (2010). Nitrogen deposition threatens species richness of grasslands across Europe. Environmental Pollution 158: 2940-2945. https://doi.org/10.1016/j.envpol.2010.06.006

[7] Brouns, K., Eikelboom, T., Jansen, P., et al. (2014). Spatial analysis of soil subsidence in peat meadow areas in Friesland in relation to land and water management, climate change, and adaptation. Environmental Management 55: 360-372. https://doi.org/10.1007/s00267-014-0392-x

[8] Van Hardeveld, H.A., Driessen, P.P.J., Schot, P. & Wassen, M.J. (2018). Supporting collaborative policy processes with a multi-criteria discussion of costs and benefits: The case of soil subsidence in Dutch peatlands. Land Use Policy 77: 425-436. https://doi.org/10.1016/j.landusepol.2018.06.002

[9] Doornewaard G.J., J.W. Reijs, A.C.G. Beldman, J.H. Jager en M.W. Hoogeveen, 2017. Sectorrapportage Duurzame Zuivelketen; Prestaties 2016 in perspectief. Wageningen, Wageningen Economic Research, Rapport 2017-087. https://library.wur.nl/WebQuery/wurpubs/fulltext/400402

[10] Finnegan, W., Yan, M., Holden, N.M. & Goggins, J. (2018). A review of environmental life cycle assessment studies examining cheese production. Int J Life Cycle Assess 23, 1773–1787. https://doi.org/10.1007/s11367‐017‐1407‐7

[11] Van Grinsven, H.J.M., Holland, M., Jacobsen, B.H., Klimont, Z., Sutton, M.A.& Willems, W.J. (2013). Costs and benefits of nitrogen for Europe and implicaitons for mitigation. Environmental Science and Policy 47(8): 3571-3579. https://doi.org/10.1021/es303804g