Hoeveel energie gebruiken we en wat doen we er mee?

In Nederland gebruiken we afgerond 3000 PJ aan energie. Na omzetting in bijv. elektriciteitscentrales en raffinaderijen, blijft daar nog bijna 80% van over. Dit is beschikbaar voor de diverse gebruikers: de industrie (45%), het transport (19%), gebouwen (29%) en de landbouw (7%).

#energiegebruik #nederland #energiesysteemanalyse

In 2019 gebruikten we in Nederland 3012 PJ energie [1]. Dit is primaire energie, dus zoals we die winnen uit de grond of uit duurzame bronnen. Daar komt bij de energie die we importeren, de export wordt er uiteraard afgetrokken.

Om het iets concreter te maken: als we alles zouden omrekenen naar liters benzine, dan gebruiken we met zijn allen ongeveer 90 miljard liter benzine, oftewel ruim 5000 liter per persoon per jaar, dus ca. 100 keer een volle tank. Van ons energiegebruik is het merendeel fossiele energie: 90%. Van de fossiele brandstoffen is ongeveer de helft aardgas, ca. 40% aardolie en ca. 10% steenkool.

Als we alles zouden omrekenen naar liters benzine, dan gebruiken we met zijn allen ruim 5000 liter per persoon per jaar.

Deze primaire energie is niet altijd in nuttige vorm. Onze TV werkt niet op steenkool en onze auto’s rijden niet op ruwe aardolie. De primaire energie moet daarom vaak nog omgezet worden, bijvoorbeeld in elektriciteitscentrales, raffinaderijen en cokesfabrieken. Na al die omzetting blijft er nog 2368 EJ over. Dit noemen we finaal energieverbruik, en dit gaat naar de afnemers, bedrijven, huishoudens, transportmiddelen en dergelijke.

Dit finale energieverbruik is als volgt verdeeld:

Energiegebruik Nederland

Het aandeel van de industrie is in Nederland relatief hoog. Dat komt doordat we nogal veel zware chemische industrie hebben. In de industrie wordt energie gebruikt voor een grote diversiteit aan processen. Veel brandstof wordt gebruikt voor verwarming tot vaak hoge temperaturen, bijvoorbeeld om chemische reacties te laten plaatsvinden, om te drogen, etc. Elektriciteit wordt vooral gebruikt om allerlei machines aan te drijven, bijvoorbeeld pompen en compressoren. Maar in de industrie worden brandstoffen niet alleen gebruikt voor deze puur energetische toepassingen, maar ook voor zogenoemde non-energetische toepassingen: olieproducten worden bijvoorbeeld gebruikt om grondstoffen voor plastics te maken, en aardgas wordt gebruikt om ammoniak van te maken.

Het aandeel transport is in Nederland juist relatief laag vergeleken met veel andere landen. De meeste energie gaat naar het wegtransport (personenauto’s en vrachtverkeer).

In woningen is verwarming van ruimtes de belangrijkste verbruikspost. Daarnaast speelt warmwater een belangrijke rol. Elektriciteit gaat naar een grote diversiteit aan apparaten. In de dienstensector is verwarming ook van belang, maar daarnaast spelen verlichting, ICT en airconditioning een belangrijke rol.

Het aandeel van de landbouw is relatief bescheiden maar toch veel hoger dan in de meeste andere landen. Dat heeft vooral te maken met de sterk aanwezige kastuinbouw in Nederland. In die sector wordt de energie gebruikt voor verwarming van de kassen en voor verlichting om de groei van het gewas te stimuleren.

Alles wat hiervoor genoemd werd is het energiegebruik binnen Nederland. Uitgesloten hiervan is het internationale transport: vliegtuigen en zeeschepen. Nederland fungeert als een soort tankstation voor zeeschepen: daar gaat nog eens 500 PJ naar toe. Naar de internationale luchtvaart gaat 166 PJ. Deze bedragen komen dus nog bovenop de eerder genoemde 3012 PJ.

Hoe kwam dit artikel tot stand?

Dit antwoord is geschreven door Kornelis Blok

Reviewer: Bart Strengers

Redacteur: Sven Borghart

Gepubliceerd op: 5 oktober 2021

[1] Alle statistische gegevens komen uit de Energy Balance sheets zoals verstrekt door Eurostat, gedownload op 31 juli 2021 van Eurostat: https://ec.europa.eu/eurostat/web/energy/data/energy-balances. De gegevens worden aangeleverd door het Nederlandse CBS, maar de Eurostat bron wordt gebruikt omdat deze alle gegevens op een overzichtelijke manier presenteert .