Hoe ziet mijn energierekening er uit in 2030?

Het antwoord in het kort: In het geval van een woning zonder zonnepanelen met een HR-ketel op aardgas komt de energierekening in 2030 op grofweg hetzelfde niveau uit als in 2020. De daadwerkelijke hoogte van deze energierekening in 2030 is wel omgeven met onzekerheid door verschillen in persoonlijke omstandigheden, nieuwe technieken, (geo)politiek beleid en schommelingen op de energiemarkt. Eén ding is wel zeker: Er komt een grotere variatie in de energierekeningen van huishoudens door (grote) veranderingen in de energie- en warmtevoorziening.

#waterstof #aardgas #stadswarmte #electriciteit #energierekening #warmtepomp #verwarming #zonnepanelen

Het uitgebreide antwoord:

Voor een gemiddeld huishouden in Nederland komt de energierekening in 2030 op een gelijkwaardig niveau als nu, wanneer gebruik wordt gemaakt van een HR-ketel op aardgas. Natuurlijk kan je eigen verbruik wel lager zijn doordat je zuinig leeft, weinig thuis bent of juist hoger doordat je thermostaat hoger staat dan gemiddeld in Nederland. Hierdoor kan je verbruik afwijken van dit gemiddelde verbruik en dit heeft daarmee ook invloed op je energierekening van nu en 2030. Verder is de toekomst onzeker. Ten eerste zijn er onzekerheden over de ontwikkeling van energieprijzen, die o.a. afhankelijk zijn van de wereldmarkt. Daarnaast is er ook onzekerheid over de groei van aardgasvrije technologische opties om woningen te verwarmen. Dit alles heeft een grote invloed op de energierekening van een huishouden in 2030 en maakt het nagenoeg onmogelijk een exacte voorspelling te doen.

Wat verbruikt een Nederlands huishouden aan energie?

Nederland telt miljoenen huishoudens met eigen gewoontes die invloed hebben op het gas- en elektriciteitsverbruik van deze huishoudens. Een voorbeeld hiervan is de temperatuur binnenshuis: In het ene huishouden is een temperatuur van 17°C voldoende, een ander huishouden geeft de voorkeur aan 24°C. Hoeveel energie het verstellen van de verwarming met één graden scheelt vind je in dit antwoord. Een ander voorbeeld is de aanwezigheid van een huishouden: In sommige huishoudens is er altijd iemand aanwezig (en mogelijk ook de verwarming aan) en in andere huishoudens is iedereen overdag afwezig. Dit zijn enkele gedrags- en omgevingsfactoren die invloed hebben op het gas- en elektriciteitsverbruik van een huishouden. Daarnaast zijn er ook fysieke indicatoren die invloed hebben op het verbruik van een huishouden. Zo verbruiken huishoudens in een appartement gemiddeld minder gas- en elektriciteit dan huishoudens in vrijstaande woningen, zoals aangegeven in tabel 1 (CBS, 2021).

Gas- en elektriciteitsverbruik en de bijbehorende kosten

Tabel 1: Spreiding in het verbruik in 2019 en de bijbehorende kosten van gas en elektriciteit (bron CBS 2021).

Als we echter willen kijken naar de ontwikkeling van het gas- en elektriciteitsgebruik kunnen we dit niet doen voor alle individuele situaties. In plaats daarvan maken we gebruik van het gemiddelde gas- en elektriciteitsverbruik van alle huishoudens en worden analyses gemaakt van de ontwikkelingen in de gemiddelde energierekening. Een voorbeeld van een dergelijke publicatie is PBL (2020a), waarin een beeld wordt geschetst van de ontwikkelingen van de gemiddelde energierekening tot en met 2030. In dit rapport wordt een daling van het gemiddelde gas-en elektriciteitsverbruik verwacht van 1254 m3 en 3077 kWh in 2019 naar ongeveer 1000 m3 en 2600 kWh.

Prijzen zijn onzeker

De energierekening is in de basis gebaseerd op twee componenten; verbruik en prijs. Het gas- en elektriciteitsverbruik kan sterk worden beïnvloed door het huishouden zelf, maar op de prijs heeft een huishouden minder invloed. Het huishouden kan op zoek gaan naar een goedkopere leverancier, maar verder is de prijs afhankelijk van netbeheerders, de inkoopprijs van leveranciers en de belastingtarieven. De netbeheertarieven zijn hierbij vaste jaarlijkse bedragen die een huishouden betaald om aangesloten te zijn op het gas-, warmte- of elektriciteitsnet. De inkoopprijs van leveranciers is het bedrag dat de energieleverancier zelf krijgt voor het leveren van elektriciteit in kilowattuur (kWh) en gas in kubieke meter (m3). Deze inkoopprijs kan sterk worden beïnvloed door externe factoren zoals ontwikkelingen op de wereldmarkt van gas. Als laatste krijgt elke woning met een elektriciteitsaansluiting een vast bedrag van de overheid (in tabel 2 aangeduid als Belastingvermindering), maar aan de andere kant moet elk huishouden wel belasting betalen per kWh elektriciteit of m3 gas die het verbruikt. Deze belasting wordt betaald in twee verschillende vormen, de reguliere energiebelasting en de Opslag Duurzame Energie (ODE). De opbrengsten van deze ODE worden ingezet om de productie van duurzame energie te stimuleren. De prijzen in tabel 2 zijn gecorrigeerd voor inflatie en uitgedrukt in euro’s 2019.

194-2

Tabel 2: Overzicht van vaste en variabele gas- en elektriciteitsprijzen voor 2018 – 2020 en 2030 (PBL, 2020a)

De ontwikkeling in deze energieprijzen is zeer onzeker. In de afgelopen drie jaar alleen zijn er al flinke wisselingen geweest in de leveringsprijs van gas en elektriciteit. In januari 2019 waren deze prijzen ongeveer 25% hoger dan in januari 2018, om vervolgens in juli 2020 te dalen met ongeveer 40% ten opzichte van januari 2019 (CBS, 2021). Daarnaast zijn er door het beleid van de afgelopen jaren veranderingen aangebracht in de hoogte van de energiebelasting en de teruggave per elektriciteitsaansluiting. Dit resulteerde ook in veranderingen van enkele honderden euro’s op de gemiddelde energierekening van een huishouden. Daarnaast is de laatste jaren een geleidelijke stijging te zien van de netbeheertarieven, onder andere als gevolg van de additionele investeringen die moeten worden gedaan in bijvoorbeeld het plaatsen van dikkere kabels in het elektriciteitsnet om de capaciteit te vergroten.

De ontwikkelingen van de prijzen wordt beïnvloedt door een grote hoeveelheid factoren die moeilijk te voorspellen zijn, zoals de ontwikkelingen op de wereldmarkt of de keuzes die beleid maakt in de toekomst. Ook de manier waarop centrales de komende tien jaar elektriciteit opwekken heeft invloed op de prijs. Dit maakt dat toekomstbeelden over de ontwikkeling van prijzen zijn omgeven met onzekerheid en vaak worden weergegeven met een bandbreedte. Met deze bandbreedtes is het wel mogelijk om iets te zeggen over de waarschijnlijke richting van de prijsontwikkeling, zoals in het rapport Klimaat- en Energieverkenning 2020 (PBL, 2020b).

Overstappen op andere vormen van warmtevoorziening

In Nederland heeft op dit moment circa 92% van alle woningen een HR-ketel op aardgas, maar we staan met zijn allen voor een transitie waarin we gebruik gaan maken van andere technieken om in onze warmte te voorzien. Op dit moment is circa 6% van de woningen aangesloten op stadswarmte en de overige 2% maakt gebruik van elektrische warmtepompen of andere technieken (zoals bijvoorbeeld pelletkachels). In de toekomst gaan deze verhoudingen veranderen, maar de verwachting is dat in 2030 nog wel het grootste gedeelte van de woningen gebruik maakt van een HR-ketel op gas. Andere technieken zullen wel een steeds grotere rol krijgen, zoals volledig elektrische warmtepompen, hybride warmtepompen, hoge temperatuur-warmtenetten en lage temperatuur-warmtenetten. Daarnaast kan aardgas, de voornaamste gasvorm op dit moment, op termijn worden vervangen door groengas of waterstof.

De verwachting is dat de rol van waterstof en groengas tot 2030 beperkt is, maar mogelijk dat deze op de langere termijn een grotere rol kunnen gaan spelen. Hierbij is het nog de vraag hoeveel van deze gassen we in de toekomst tot onze beschikking hebben, waarbij het ook nog de vraag is hoe de hoeveelheid die we wel hebben verdeeld gaat worden binnen Nederland. Wordt de waterstof die we produceren bijvoorbeeld eerst ingezet in de industrie, of geven we een hoge prioriteit aan de gebouwde omgeving. Dergelijke vragen zijn nog niet beantwoord, maar zullen wel invloed hebben op het plaatje van de Nederlandse energiehuishouding in het algemeen en daarmee ook op de energierekening. Deze ontwikkelingen in technologie hebben invloed op de energierekening van een huishouden, waarbij we nog niet eens zijn ingegaan op de invloed van isolatie en andere energiebesparende maatregelen. De complexiteit van beleid, de wereldmarkt en technologische ontwikkeling maken het dus lastig om een goed beeld te geven van de hoogte van de energierekening van huishoudens.

En elektriciteit dan?

De warmtevoorziening wordt in de toekomst complexer, maar hoe zit dit voor elektriciteit? Aan de ene kant zien we hier een trend van steeds hogere eisen voor elektrische apparaten, waardoor het verbruik per apparaat daalt. Aan de andere kant zien we dat huishoudens gebruik maken van steeds meer elektrische apparaten, waardoor het verbruik van elektriciteit weer omhoog gaat. Grote invloeden op het elektriciteitsverbruik kunnen hierbij ook nog komen in de vormen van een elektrische auto of een elektrische warmtepomp. Aan de andere kant groeit het aantal woningen met zonnepanelen die weer veel elektriciteit opwekken. Hierbij dalen de opbrengsten van zonnepanelen wel in de toekomst door de afbouw van de salderingsregeling.

In PBL (2020a) wordt een eerst stap gezet om meer vat te krijgen op de toekomstige diversiteit die gaat ontstaan in de energierekening. In figuur 1 wordt de energierekening voor twee situaties in 2030 gepresenteerd, waarbij het linker figuur inzicht geeft in de energierekening voor woningen met een gasaansluiting. Het rechter figuur geeft inzicht in de energierekening voor een all-electric woning, de warmte in deze woning wordt compleet voorzien door middel van een elektrische warmtepomp (dus geen gas meer nodig). Hierbij is voor 2019 en 2020 nog wel uitgegaan van de gemiddelde energierekening van een woning met gasaansluiting (zonder zonnepanelen), omdat dit het beeld geeft van de dominante energierekening op dit moment. Wat opvalt is dat er voor 2030 niet één waarde wordt gegeven, maar dat we twee waardes per situatie geven. Dit is om te laten zien dat we wel een goed beeld hebben in welke richting de energierekening zich ontwikkeld, maar dat er teveel onzekerheid is om de exacte waarde te geven voor 2030. De totale gemiddelde energierekening van een all-electric woning in 2030 is lager dan de totale gemiddelde energierekening van een woning met een gasaansluiting. Een belangrijk aandachtspunt bij dit figuur is dat dit alleen een beeld geeft van de energierekening in beide situaties, maar niet van de benodigde investeringen om in deze situatie te komen. Deze investeringen (in bijvoorbeeld een warmtepomp) hebben geen invloed op de energierekening zelf, maar hebben wel invloed op het totale kostenplaatje van beide situaties.

194-3

Figuur 1: Ontwikkeling in de energierekening tot en met 2030 voor twee situaties, links voor de situatie voor woningen met een gasaansluiting en rechts voor all-electric woningen (woningen met een warmtepomp die het huis in alle warmte voorziet bron PBL, 2020a)

Concluderend

De huidige energierekening van huishoudens in Nederland zal in grote mate nog vergelijkbaar zijn met die van 2030, waarbij er wel een grote spreiding in het verbruik is door de verschillen in persoonlijke omstandigheden en keuzes van huishoudens. De ontwikkeling van de energierekening tot en met 2030 is met onzekerheid omgeven, maar één ding is zeker: er komt een grotere variatie in de energierekeningen van huishoudens door (grote) veranderingen in de energievoorziening.

Hoe kwam dit artikel tot stand?

Deze vraag is gesteld door: Bart (49), Amsterdam

Dit antwoord is geschreven door Steven van Polen

Reviewer: Marijke Menkveld

Redacteur: Arfor Houwman

Gepubliceerd op: 21 mei 2021

[1] CBS, 2021. Lagere energierekening, effecten van lagere prijzen en energiebesparing. https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/rapportages/2021/lagere-energierekening-effecten-van-lagere-prijzen-en-energiebesparing

[2] CBS 2020. Statistische Trends - Huishoudens betalen bijna 10 procent minder voor energie https://www.cbs.nl/nl-nl/achtergrond/2020/10/huishoudens-betalen-bijna-10-procent-minder-voor-energie

[3] PBL, 2020a. Ontwikkelingen in de energierekening tot en met 2030; Achtergrondrapport bij de Klimaat- en Energieverkenning 2020. https://www.pbl.nl/publicaties/ontwikkelingen-in-de-energierekening-tot-en-met-2030

[4] PBL, 2020b. Klimaat- en Energieverkenning 2020. https://www.pbl.nl/publicaties/klimaat-en-energieverkenning-2020