Hoe worden de klimaatplannen van de Nederlandse politieke partijen geanalyseerd?

De politieke partijen geven aan of ze mee willen doen aan de doorrekening van hun klimaatplannen door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Doen ze mee, dan leveren ze een lijst met voorstellen voor maatregelen in. Van die maatregelen worden de effecten ingeschat op de uitstoot (emissies) van CO₂ en andere broeikasgassen en de kosten die dat met zich meebrengt. De effecten worden ingeschat voor een specifiek “zichtjaar”. In de doorrekening voor de verkiezingen van maart 2021 is dat 2030. De inschatting van de effecten en de kosten wordt gemaakt op basis van de kennis en de rekenmodellen die PBL daarvoor heeft. Sommige hiervan worden ook gebruikt bij het maken van andere ramingen van hoe de emissies zich in de toekomst zullen ontwikkelen, zoals de jaarlijkse Klimaat- en Energieverkenning. Ook wordt waar nodig gebruik gemaakt van kennis bij andere instituten, zoals het RIVM en TNO.

#klimaatplannen #politiek #partijprogramma's #verkiezingen

Soms zijn die voorstellen niet concreet genoeg uitgewerkt om door te kunnen rekenen. PBL vraagt dan door bij de partijen totdat de voorstellen wel voldoende duidelijk zijn. De effecten worden altijd bepaald ten opzichte van een ‘basispad’. Een basispad laat zien wat er gebeurd zou zijn zonder dat die maatregelen zouden worden genomen. In zo’n basispad zit wel al het effect op de emissies van het beleid waar al eerder toe is besloten door de regering en het parlement. Dat zijn nu de emissies zoals die zijn uitgerekend in de Klimaat- en Energieverkenning 2020.

pexels-lukas-590022.jpg

Afbeelding door Lukas via Pexels

PBL gebruikt zijn kennis en rekenmodellen om een inschatting te kunnen maken van de effecten. Een voorbeeld van zo’n model is het model van de Europese elektriciteitsmarkt, Competes1. Met dat model kan je bijvoorbeeld uitrekenen wat het effect zou zijn op de CO2-emissies als je een kolencentrale sluit. Zo zijn er nog verschillende andere modellen voor het energieverbruik in bijvoorbeeld de industrie, bij huizen en van elektrische apparaten.

In de doorrekening laat PBL ook zien wat de gevolgen zijn van de voorstellen voor de emissies buiten Nederland. Want maatregelen waardoor in Nederland de elektriciteitssector of de industrie minder CO2 uitstoten, kunnen er mogelijk toe leiden dat die emissies in het buitenland toenemen (het waterbedeffect). Bijvoorbeeld omdat we meer stroom of producten uit andere landen gaan importeren.

010g_alv21_01_nl.png

De partijen in de figuur hebben hun maatregelen laten doorrekenen.

Van die maatregelen worden de effecten ingeschat op de uitstoot van CO₂ en andere broeikasgassen en de kosten die dat met zich meebrengt.

Beleid kost vaak geld. Daarom wordt ook aangegeven wat de kosten van het beleid zijn. Ook daarbij gaat het om de extra kosten ten opzichte van het al genoemde basispad. Zo krijg je een goed beeld van wat partijen voor ogen staat. Sommige willen heel veel, maar dat leidt dan meestal tot hogere kosten. En andere willen minder, omdat ze lage kosten belangrijker vinden. Het Centraal Planbureau kijkt ook naar de klimaatplannen van partijen, als onderdeel van de plannen die de partijen hebben voor alle onderwerpen zoals volksgezondheid, defensie, onderwijs enzovoort. Zij geven aan wat de gevolgen zijn voor de inkomsten en uitgaven van de overheid en voor de uitgaven, belastingen en subsidies voor burgers en bedrijven.

Hoe kwam dit artikel tot stand?

Dit antwoord is geschreven door Paul Koutstaal
Reviewer: Marc Schouten
Redacteur: Anneke Vries
Gepubliceerd op: 4 maart 2021

[1] PBL, 2020, Modelbeschrijving COMPETES https://www.pbl.nl/modellen/kev-rekensysteem-competes

[2] PBL, 2021, Analyse Leefomgevingseffecten Verkiezingsprogramma's 2021-2025 https://www.pbl.nl/publicaties/analyse-leefomgevingseffecten-verkiezingsprogrammas-2021-2025